2-talig Vwo
Sinds 2002 bieden we op het Farelcollege tweetalig vwo (tvwo) aan. Naast het reguliere vwo-diploma haalt de leerling een internationaal erkend certificaat Engels. Leerlingen worden ‘ondergedompeld’ in de Engelse taal, en leren het daardoor zeer snel spreken en schrijven. Onze opleiding is gecertificeerd door het Landelijk Netwerk voor Tweetalig Onderwijs.
Onderbouw
De Engelstalige tvwo-klas is een aparte brugklas, met een eigen programma. De vakken aardrijkskunde, biologie, tekenen, geschiedenis, natuur- en scheikunde, techniek, handvaardigheid, gym en wiskunde worden in het Engels gegeven.
Bovenbouw
Na de derde klas kiezen ook de tvwo-leerlingen een profiel. Er is dan geen aparte tvwo-klas meer, maar de tvwo’ers volgen nog altijd gedeeltelijk een eigen programma. Met extra uren Engels worden ze voorbereid op het IB English Language A2-examen. Ze doen daarnaast ook het ‘gewone’ examen Engels. De niet-examenvakken gym, levensbeschouwing, algemene natuurwetenschappen en culturele en kunstzinnige vorming worden ook in de bovenbouw in het Engels gegeven.
Meer weten? Download hier de tvwo-folder.
De voorlichtingsavond van deze opleiding voor ouders en leerlingen is op woensdag 28 januari om 19.00 uur

Veelgestelde vragen over het TTO op het Farelcollege
1. Waar staan de letters TTO voor?
Tweetalig Onderwijs
2. Wat is TTO eigenlijk precies?
Bij TTO wordt ongeveer de helft van de lessen in het Engels gegeven. Daarnaast zijn er binnen de lessen internationale accenten en is er een buitenlesprogramma met internationale oriëntatie.
4. Is TTO een apart schooltype met een apart eindexamen?
Nee, TTO hoort gewoon bij het Nederlandse onderwijs. De leerlingen doen ook gewoon het Nederlandse eindexamen.
5. Wat is dan de meerwaarde van TTO?
Leerlingen verbreden hun horizon èn leren uitstekend Engels. Dat maakt een vervolgopleiding in het buitenland bv. gemakkelijker. Maar ook op Nederlandse universiteiten worden steeds meer Engelstalige colleges gegeven of is er Engels studiemateriaal.
6. In welke leerjaren vindt het TTO plaats?
In elk geval in de eerste drie leerjaren. Daarna begint de Tweede Fase en bepalen scholen zelf of en zo ja in welke vakken TTO aangeboden wordt. Op Farel zijn dat de vakken ANW, levensbeschouwing, LO en CKV.
7. En daarna krijgen de leerlingen vakken die ze eerst in het Engels kregen, weer gewoon in het Nederlands?
Ja, ze worden in het Nederlands voorbereid op het Nederlandse eindexamen.
8. Kunnen de leerlingen de terminologie en leerstof dan nog wel begrijpen?
Ja; op geen enkele school heeft dat tot nu toe tot problemen geleid.
9. Doen de leerlingen ook in het Engels gewoon Nederlands eindexamen?
Jazeker; maar daarnaast kunnen ze meedoen aan het IB Language A2, een internationaal erkend examen. Daarvoor ontvangen ze een speciaal certificaat.
10. Is het TTO alleen voor kinderen die heel goed in Engels zijn?
Nee, het niveau van het Engels is niet belangrijk.
11. Wat is wèl belangrijk om toegelaten te worden?
Op het Farelcollege zijn dat: een positief vwo-advies, een citoscore van ongeveer 545, een goede motivatie en werkhouding èn een zekere taalvaardigheid.
12. Is TTO in Nederland populair?
Sinds de start in 1992 is het aantal scholen met TTO enorm gegroeid. Er zijn er nu ruim honderd.
13. Hoe staat de Inspectie tegenover deze ontwikkeling?
De Inspectie staat er van harte achter en juicht de ontwikkelingen op dit terrein toe.
14. Bepaalt elke school zijn eigen TTO-programma?
Nee, het Europees Platform dat het TTO in Nederland stimuleert en coördineert, heeft een pakket van eisen, een zogenaamde standaard, ontwikkeld waar alle scholen aan moeten (gaan) voldoen.
15. Hebben de scholen met TTO contact met elkaar?
Ja, ze zijn verenigd in een netwerk waarin ze ervaringen uitwisselen en van elkaars deskundigheid gebruikmaken.
16. Welke vakken worden op het Farelcollege in het Engels gegeven?
In klas 1 zijn dat: aardrijkskunde (geography), geschiedenis (history), wiskunde (mathematics), handvaardigheid/tekenen (art & design), levensbeschouwing (religious studies), techniek (technology), EIO (European and International Orientation) en lichamelijke opvoeding (physical education). En natuurlijk Engels.
In klas 2 komen daar bij: biologie (biology) en natuur- en scheikunde (science).
In de derde klas komt economie (economics) er nog bij.
17. Welke opleiding krijgen de docenten om in het Engels les te kunnen geven?
Ze worden o.a. opgeleid door een docent van de British Language Training Centre. Uiteindelijk halen de docenten in het TTO het diploma Cambridge Proficiency. Daarnaast volgen ze elke 4 jaar cursussen in Groot-Brittannië en jaarlijks een cursus op school.
18. Zijn er ook zogenaamde native speakers op school?
Ja, er zijn drie docenten voor wie Engels de moedertaal is, maar de meeste docenten die in het TTO lesgeven, zijn Nederlandse docenten met een speciale opleiding om in het Engels te kunnen lesgeven.
19. Is dat per definitie Brits Engels?
Nee, dat hoeft niet per se. In de opleiding staat wel het Brits Engels centraal, maar native speakers kunnen ook komen uit de Zuid-Afrika, V.S., Australië, etc.
20. Krijgen de leerlingen eerst een tijdje les in het Nederlands, voordat overgestapt wordt op het Engels?
Nee, ze worden als het ware direct in het diepe gegooid. Dat is de beste manier om het Engels snel onder de knie te krijgen. Wel wordt er in de periode tot aan de kerstvakantie, indien nodig, Nederlands gesproken.
21. Krijgen leerlingen daar dan helemaal geen hulp bij?
Jazeker wel. Ze krijgen in alle leerjaren extra lessen Engels in de week. Op het Farel is er ook een Tutorial Centre. Dat is een groep ouderejaars leerlingen die elke grote pauze beschikbaar is voor de leerlingen om hulp te vragen voor van alles.
22. Heeft al dat Engels geen gevolgen voor het Nederlands van de leerlingen in het TTO?
Nee, het Nederlands is en blijft hun moedertaal; er zijn geen (negatieve) gevolgen geconstateerd voor de beheersing van het Nederlands van leerlingen in het TTO.
23. Is er iets bekend over de eindexamenresultaten van leerlingen in het TTO?
Op scholen die al jaren een TTO-afdeling hebben, blijken de eindexamenresultaten van deze leerlingen niet onder te doen voor die van de overige vwo-leerlingen. De resultaten bij Engels zijn (uiteraard) aanzienlijk beter.
24. Worden er bij de lessen ook Engelstalige schoolboeken gebruikt?
Jazeker; de meeste boeken komen uit Groot-Brittannië, met bij sommige vakken (history, geography) specifieke aanvullingen voor de Nederlandse situatie. Er komen steeds meer boeken op de markt gericht op het Nederlands curriculum en daar maken wij nu ook regelmatig gebruik van.
25. Wordt er bij de vakken ook nog specifiek aandacht besteed aan internationale zaken?
Ja, Europese en internationale oriëntatie maken deel uit van het TTO-programma. Dat gebeurt in het lesuur EIO in klas 1 en 2 en door diverse activiteiten in de andere leerjaren.
26. Wat hoort er nog meer bij TTO, naast de lessen in het Engels?
In klas 1, 2 en 3 gaan de leerlingen naar Groot-Brittannië en zijn er diverse extra activiteiten en projecten, zoals een bezoek aan een Engelstalig theater en “The English Tour” in de Wonderkamers in Den Haag. In de bovenbouw zijn er activiteiten, zoals een debating clinic, een intercultural workshop en een uitwisseling met een school in Finland.
27. Is het TTO niet vooral voor zogenaamde stuudjes, die het liefst de hele dag met hun neus in de boeken zitten?
Nee, zeker niet. Alle leerlingen met een vwo-advies, die open staan voor de wereld om hen heen en een uitdaging aandurven, zijn welkom in het TTO.
28. Zijn ouders ook betrokken bij de ontwikkelingen van het TTO?
Jazeker; de school heeft een klankbordgroep TTO ingesteld, met ouders van TTO-leerlingen. Deze groep overlegt geregeld met de teamleider van TTO over alles wat met de opleiding te maken heeft.
29. Moeten ouders extra betalen voor het TTO?
Ja. Op het Farelcollege zijn de kosten voor TTO € 450,-- per jaar. Dit is inclusief alle reisjes en extra activiteiten.
30. Waar is dat extra geld voor bestemd?
Voor een deel voor de extra buitenlesactiviteiten die de leerlingen aangeboden krijgen. Voor een ander deel voor (een bijdrage in) de kosten die de school maakt voor de scholing van docenten, de aanschaf van materialen en extra leermiddelen etc.
